De kammende baadster

Hé, hallo! Heb je me ooit gezien? Een bloot meisje in de rozentuin van het Goffertpark in Nijmegen? Nee, echt niet?
Ik ben de Kammende Baadster. Ik kam mijn haren bij de vijver en ben poedelnaakt. Naakt, maar wel van brons. Ik heb geen steenpuisten zoals jullie mensen van vlees en bloed. Ik ben ondeelbaar en onveranderlijk, ik ben nooit ontstaan en ben onvergankelijk. Ik loop eeuwig op deze wereld rond. Nou ja, ‘lopen’?
Ik zit gehurkt op een sokkel van baksteen. Ik zit vastgekleefd aan het steen en kan geen kant op.
Ben je nieuwsgierig geworden?
Je kunt naar me komen kijken, hoor.

Dan moet je dus naar de rozentuin van het Goffertpark in Nijmegen. Je daalt een trapje af en dan word je meteen overspoeld door de rozen: abrikoosroze klimrozen, lila theerozen, crèmewitte stamrozen, ambergele trosrozen,  koraalrode heesterrozen, Engelse rozen, Chinese rozen en grootbloemige rozen.
Pas alsjeblieft wel op waar je je voeten neerzet! Voor je het weet, heb je een pad platgetrapt. Elk voorjaar is er een paddentrek en lopen er honderden glibberige padden door de rozentuin op zoek naar hun geliefde. Heel romantisch! Heb jij ooit een natte pad gekust? Of heb jij een geliefde?
Ik wel. Ik ben eigenlijk versteend van verliefdheid. Het is me dag en nacht aan te zien. Mijn schatje staat aan het Sumatraplein in Nijmegen-Oost. De roze morgenwijk van de stad is heel ver weg. Hoe moeten we nu ooit bij elkaar komen? Want de wegen zijn turbulent en mijlenver.

Venus stond als een pingpongballetje aan de zwarte hemel, toen Thomas wakker werd. Hij deed van schrik een lichtje aan. Een poot van zijn bed trilde. Thomas liet zich uit zijn bed glijden en pakte de poot in zijn handen. De andere poten stonden recht, maar deze bewoog. Thomas had van zijn buurjongen gehoord dat er klopgeesten bestonden, maar waarom hadden die het alleen gemunt op de rechterpoot aan het hoofdeinde van zijn bed? Hij begon nu zelf te trillen en een beetje te gillen.
Toen zijn moeder kwam, was de poot weer dood en kon Thomas haar niet duidelijk maken wat hij nou precies had gezien en gevoeld. De trillingen duurden zo’n twee tot vijf tellen, lange en korte; het leek wel geheimtaal. ‘Ga nou maar slapen, joh,’ zei zijn moeder en ze deed het lichtje weer uit.

De volgende dag na schooltijd ging Thomas crossen in het Goffertpark. Hij had ooit politieagenten de trappen in de rozentuin zien afsjezen, maar hij bezat natuurlijk niet zo’n stoere mountainbike als zij. Toch wist hij zeker dat hij even snel beneden kon zijn als die smerissen. Het ging om heldhaftigheid, inzicht en concentratie. Met deze onontbeerlijke kunde schoot hij als een speer tussen de beuken.
Het grind langs de vijver remde hem wat af en hij bereidde zich vast voor op de afdaling, maar een groep jongeren die daar ronddoolde, hield hem staande. De knapen hadden bierflesjes in hun hand en boerden de letters van het alfabet. Ze vergaten de ‘l’ van ‘lollig’, misschien omdat ze een piercing in hun tong hadden. Hun bromfietsen stonden met de flank tegen de kont van de Kammende Baadster.
‘Zo jochie, wil jij gaan waterfietsen?’
Thomas klampte zich als een uitgerekte kauwgum vast aan zijn stuur. Had hij nu maar een wapenstok bij zich gehad, net als die agenten. Hij zou elk oproer neerslaan.
‘Laat me erdoor…’
De jongens lachten met alcoholische monden. Ze sleepten Thomas met fiets en al het water in. Hij viel voorover en bezeerde zijn hoofd aan de stang van zijn fiets. De vijver was ondiep, maar wel erg nat en kleverig. Thomas schreeuwde het uit.
De jongens bekeken zijn gespartel aandachtig, alsof ze een experiment met een opgevoerde motor uitvoerden. Ze mikten hun bierflesjes in de vijver en maakten vervolgens dat ze wegkwamen op hun brommers. De damp van de uitlaten steeg omhoog langs het beeld.
Rillend sleepte Thomas zijn fiets uit het water, die helemaal slijkachtig geworden was. Er hingen bruine slierten aan zijn spaken. Hij veegde zijn handen af aan het gras en zag dat de jongens leuzen hadden gekalkt op de billen van de Kammende Baadster: ‘kuthoer’, ‘modderfucker’, stond er in rode koeienletters. Thomas zakte naast de bakstenen sokkel in elkaar en greep met z’n handen naar zijn hoofd.

De wereld van de bewegenden trekt als een onsamenhangende droom aan mij voorbij. Vorige week waren er twee woerden die met elkaar vochten om een eend. Ze pikten en snaterden naar elkaar en sloegen met de vleugels. Het vrouwtje keek met grote, ronde ogen van een afstand toe. Het groene mannetje droop af. Het dikke mannetje, de woerd die won, zwom naar de eend, klom op haar rug en drukte haar volledig onder water. Ze kon helemaal geen adem meer halen. Hij fladderde en klapte en duwde maar. Zij kon er niets tegenin brengen. Dat ging wel een half uur zo door. Ik dacht dat ze dood zou zijn, maar later zwom ze, alsof er niets was gebeurd, gewoon weer achter hem aan. Als ik haar was, had ik voor die andere, die groene gekozen.
Nu is daar die jongen op de fiets. Hij spuwt en spettert modder.

De rechterschoen van Thomas trilde. Het duurde even voordat hij het in de gaten had. Hij vloog overeind, ook al barstte zijn hoofd. Het waren weer de lange en korte trillingen en hij zag de sokkel van het beeld duidelijk meebeven. Thomas rende in paniek weg en liet zijn fiets achter bij de vijver. Bij zijn huis hield hij de voordeurbel net zo lang ingedrukt, tot zijn vader opendeed.
‘Wat is er met jou aan de hand?’

’s Avonds keerde hij terug naar de plek. Met zijn vader, want dan was hij veilig. De vader van Thomas was een gehandicapte Flower Power. Hij had een spasme in zijn benen, waardoor hij met beugels en krukken moest lopen. Thomas was heel trots op zijn vader, want zijn vader was oer- en oersterk in zijn armen. Wat hij in zijn benen miste, had hij driedubbel in zijn bovenlichaam. Mensen keken hen altijd na, omdat hij even groot als zijn vader was, maar dat kon hem niet schelen. Zijn vader had lang hippiehaar en heel veel tatoeages op zijn armen. Als Thomas veertien werd, mocht hij ook een tatoeage. Dan wilde hij er een van een racefiets met twintig versnellingen of van zo’n hand-zitfiets als zijn vader had, want die ging ook als een raket.
Wonder boven wonder lag zijn fiets er nog. Opgewonden wees Thomas naar de Kammende Baadster, maar zijn vader keek hem vreemd aan.
‘Thomas, je was gewoon van streek, omdat die rotjongens je te pakken hadden genomen. Klopgeesten bestaan niet. Kom, we gaan naar huis, voor het donker wordt.’

Zal ik je over mijn kleine liefde vertellen? Mariken aan het Sumatraplein. Ze heeft de benen van een mannequin, er kan een busje tussendoor rijden. Ze verleidde mij met bodemvibraties. Haar armen houdt ze gekruist tegen haar tengere lichaam, want ze heeft het altijd koud. Ze draagt haar haar in een knotje en ze heeft een schattig wipneusje en verrukkelijke wipborstjes.
Haar seismische trillingen beroerden mij hevig, zelfs op zoveel kilometers afstand. De mensen van deze stad spreken en bewegen de hele dag kriskras door elkaar heen. Wij, beelden, communiceren met elkaar via bromtrillingen die door de Nijmeegse grond worden overgedragen. Zo smelten we samen. Mensen kunnen elkaar rakelings benaderen, maar blijven toch ver verwijderd van elkaar.

Venus zwol op tot het formaat van een appel, terwijl Mounia in haar bed lag te schudden. Het leek wel haar eerste huwelijksnacht, zo ging haar matras tekeer, maar ze zou morgen pas gaan trouwen.
Even bekroop haar het onrustbarende gevoel dat er een aardbeving gaande was, ze wist echter dat die in Nederland zeldzaam waren en nooit zo hevig konden zijn. Daarom bleef ze ontvankelijk op haar buik liggen in haar zuurstokroze babydoll en verzon ze dat haar aanstaande bruidegom onder haar lag. ‘Kom hier, mijn lieve Amir, je bent als een amandelboom waarin ik wil klimmen.’
Als haar maagdenvlies nu maar niet op de valreep zou breken, want dan had ze zich voor niets jarenlang van sport onthouden. Veel aerobiccen of kickfitten en je vlies kon zomaar knappen, pang.
Sommige families hingen tijdens de eerste huwelijksnacht voor de grap een bel aan je bed. Mounia zag als de berg Küh-e Sahand op tegen de dag van morgen.

Het was ijskoud op de dag dat haar leven als vrouw zou beginnen, ook al waren de schalen met lekkernijen van het lentefeest New Roz al lang en breed naar binnen gewerkt.
In haar witkanten jurk schuifelde ze voetje voor voetje de trap af van de rozentuin, voor de foto’s. De neven van haar man marcheerden achter haar aan in hun zwarte gesteven pakken. Eén voerde een druk zakengesprek via zijn mobiele telefoon. De fotograaf was kortaangebonden en wenkte haar ongeduldig. Hij wilde eveneens een foto nemen bij het beeld van de Kammende Baadster.
Ze gingen gehurkt zitten bij de sokkel van het beeld en de vermoeide Amir sloeg een arm om haar heen. Mounia rilde als een meisje dat op schoolzwemmen zat, haar armen waren bloot, evenals haar hals. Ze klappertandde. ‘Stil zitten!’ blafte de fotograaf hen toe.

Sommige witte bloemen gaan helemaal open en scheiden geuren af die je energie geven om over het water te lopen. Andere gaan nooit open en verdorren of raken overwoekerd, zodat je hen niet meer kan zien. De omheining van deze Hof van Eden kan ook worden aangetast, als kwajongens de hagen in brand steken. Wat is is, wat niet is is niet.

‘Ja, zo mislukken alle foto’s natuurlijk, als jullie steeds bewegen!’
‘Nee, we kunnen hier niet stil zitten, want de grond schudt heen en weer,’ zei Mounia ontsteld.
‘De aarde trilt?’
‘Ja. Kijk, het beeld beweegt ook,’ viel Amir haar bij.
‘Verrek. Hier niet. Kom dan maar hierheen, dan maken we foto’s bij de rode rozen.’ De fotograaf werd zo in beslag genomen door zijn taak dat hij helemaal geen oog had voor het wonderlijke verschijnsel.
Aarzelend en hand in hand liepen Mounia en Amir weg van de plek, ze bleven achterom kijken. Van het huwelijksalbum verwachtten ze niet veel meer.

Telkens doet mijn lief mijn bronzen boezem bonzen. Ik verlang naar haar gegoten vormen, naar haar metalen luchtje. Ze trilt van grote afstand naar mij: ‘Jouw brons tegen mijn brons. Ik wil je vol gevormde borsten in mijn handen nemen, de algen van je lippen kussen, je ronde gepolijste billen likken, zoals je daar voorover gebukt zit bij het hemelwater.’

Venus had de horizon als een kanonskogel getroffen, toen Gé zijn twijfelaar uitstapte. Zijn bed trilde behoorlijk, maar dat had Gé niet in de gaten, omdat hij aan de ziekte van Parkinson leed. Zijn huisarts had hem vroeger altijd aan de lopende band slaapmedicatie verstrekt en daarom beefde hij nu als een gek. Zijn nek stond scheef en zijn hoofd schudde maar van nee. Een keer per week kwam de thuishulp, maar verder zag hij niemand. Mensen hebben liever jaknikkers.

De koekoeksklok beneden sloeg tweemaal. Met moeite kreeg hij zijn kleren aan, een bruine corduroybroek en een beige vest, toen pakte hij de plastic tas en zijn overjas. Met zijn rollator schoof hij naar buiten, de straat over, het aardedonkere park in. Een vleermuisje schoot langs hem heen. De zwarte contouren van de bomen wachten hem als reusachtige uitsmijters op. Hij liet zijn rollator achter bij de ingang van de rozentuin, want anders kon hij het trapje niet afdalen. Er kraakten bobbels onder zijn schoenen, hij vroeg zich af wat zou dat zijn. Hij pakte met trillende handen een zaklantaarn uit zijn plastic tas, keek eens goed en zag over het grindpad bobbels kruipen, met pootjes. Het waren padden, die nog sneller bewogen dan hij. Het kostte hem tijden om de vijver te bereiken.

Hij rustte hijgend uit tegen het beeld van de Kammende Baadster. Toen scheen hij zijn zaklantaarn op de zware bakstenen die bij de vijver lagen. Omdat hij zo beefde, flitste het licht als een richtingaanwijzer. Uiterst moeizaam bond hij een steen strak tegen zijn buik en waggelde de vijver in. Hij kuste het stilstaande water met bibberende lippen.

Laat ik je dit zeggen: niets stroomt. Beweging is schijn. Alles is het verliefd zijnde. Als je ooit in de rozentuin van het Goffertpark komt, zul je dat ervaren. Ik kan mijn Mariken niet waarnemen, maar wel van binnen voelen.

Verhaal door Mirzoza

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: